Elk jaar op 16 september kleurt Mexico in het groen, wit en rood om de onafhankelijkheid van het land te vieren. Deze feestdag, bekend als Día de la Independencia, markeert het begin van de Mexicaanse strijd tegen het Spaanse koloniale bewind. Het is een dag vol symboliek, nationale trots en historische betekenis, waarbij Mexicanen wereldwijd hun vaderland eren.
Op 16 september 1810 luidde priester Miguel Hidalgo y Costilla de klok van zijn kerk in het dorp Dolores en riep de bevolking op tot opstand tegen de Spaanse overheersers. Deze gebeurtenis staat bekend als el Grito de Dolores - de schreeuw van Dolores - en wordt beschouwd als het symbolische begin van de onafhankelijkheidsstrijd. Hidalgo's oproep gaf het startsein voor een conflict dat meer dan tien jaar zou duren, maar uiteindelijk leidde tot een zelfstandig Mexico.
Vandaag de dag wordt de onafhankelijkheidsdag uitbundig gevierd met vlaggen, vuurwerk, optochten en toespraken. In de nacht van 15 op 16 september roept de Mexicaanse president vanaf het balkon van het Nationaal Paleis in Mexico-Stad el Grito de Independencia uit, gevolgd door het gejuich van duizenden mensen. Overal in het land worden pleinen gevuld met mensen die samenkomen om hun gedeelde geschiedenis te herdenken en hun Mexicaanse identiteit te vieren.