La Palma is een van de groenste en meest bergachtige eilanden van de Canarische archipel. Het eiland wordt niet voor niets La Isla Bonita genoemd: diepe ravijnen, uitgestrekte bossen, zwarte lavastranden en indrukwekkende vulkaanlandschappen liggen hier verrassend dicht bij elkaar. Door de grote hoogteverschillen en het wisselende klimaat heeft vrijwel ieder gedeelte van La Palma een eigen karakter. Het eiland trekt vooral wandelaars, natuurliefhebbers en reizigers die de drukte van de grotere Canarische Eilanden willen vermijden. Je vindt er historische stadjes, kleine kustdorpen, bananenplantages, sterrenobservatoria en honderden kilometers aan wandelroutes.
La Palma kan grofweg worden verdeeld in het bergachtige midden, het groene noorden, het vulkanische zuiden en het zonnigere westen. Aan de oostkust ligt Santa Cruz de La Palma, de historische hoofdstad en belangrijkste havenstad van het eiland. Vanuit hier loopt een belangrijke wegverbinding door de bergen naar El Paso en Los Llanos de Aridane aan de westkant.
De afstanden op La Palma lijken op de kaart beperkt, maar door de steile bergen, bochtige wegen en diepe ravijnen duren autoritten vaak langer dan verwacht. De landschappen veranderen onderweg voortdurend. Binnen een uur kun je van een vochtige laurierbossen naar droge lavavelden, bananenplantages of een kustplaats met een zwart zandstrand rijden.
Het centrale gedeelte van La Palma wordt gedomineerd door het Parque Nacional de la Caldera de Taburiente. Deze enorme bergkom vormt het natuurlijke hart van het eiland en wordt omringd door steile rotswanden, Canarische dennenbossen en diepe ravijnen. Populaire toegangspunten zijn La Cumbrecita en Los Brecitos. Vanaf hier beginnen verschillende wandelroutes door het nationale park.
Aan de westelijke rand van het centrale berggebied liggen El Paso en Los Llanos de Aridane. El Paso vormt een goede uitvalsbasis voor wandelingen en vulkaanexcursies. Los Llanos is de grootste plaats aan de westkant van het eiland en beschikt over een aangenaam centrum met pleinen, winkels, restaurants en kleurrijke straatkunst. Het stadje is levendiger dan veel andere plaatsen op La Palma, maar heeft zijn kleinschalige karakter behouden.
Het noorden is het groenste, ruigste en minst dichtbevolkte gedeelte van La Palma. Hier lopen smalle wegen langs steile hellingen, diepe barranco's en kleine dorpen die tussen de bossen en landbouwterrassen liggen. Vooral wandelaars vinden in dit deel van het eiland enkele van de mooiste routes.
Een belangrijk natuurgebied is Los Tilos, bij San Andrés y Sauces. Het vochtige laurierbos doet bijna tropisch aan en bestaat uit dichte begroeiing, watervallen en uitgesleten ravijnen. Ook Cubo de la Galga staat bekend om zijn goed bewaard gebleven laurierbos. Aan de kust liggen natuurlijke zwembaden zoals Charco Azul en La Fajana, waar je bij rustige zee tussen de lavarotsen kunt zwemmen.
In het uiterste noorden ligt Garafía, een dunbevolkt gebied met verspreid liggende gehuchten en spectaculaire vergezichten. Hoog boven de kust bevindt zich Roque de los Muchachos, met 2.426 meter het hoogste punt van La Palma. Vanaf de bergtop kijk je uit over de Caldera de Taburiente en bij helder weer over andere Canarische Eilanden. Hier staat ook een internationaal belangrijk sterrenobservatorium.
Het zuiden laat een heel ander La Palma zien. Het landschap is hier droger, jonger en vulkanischer. De Ruta de los Volcanes loopt over de bergkam van Cumbre Vieja en voert langs kraters, lavavelden en Canarische dennen. Deze lange en pittige wandeling behoort tot de bekendste wandelroutes van het eiland.
Bij Fuencaliente liggen de vulkanen San Antonio en Teneguía. De Teneguía barstte in 1971 uit en liet een zwart en roodbruin landschap achter dat tot aan de kust doorloopt. Nog verder naar het zuiden bevinden zich de vuurtorens en zoutpannen van Fuencaliente. In de ondiepe bassins wordt nog altijd zeezout gewonnen, terwijl het witte zout sterk contrasteert met de donkere vulkanische bodem.
Op de zonnige hellingen rond Fuencaliente liggen wijngaarden waarvan de druiven op zwarte vulkanische grond groeien. Vooral de zoete malvasíawijn is kenmerkend voor dit deel van La Palma. Langs de kust liggen kleine stranden en afgelegen baaien, maar het zuiden is vooral aantrekkelijk vanwege de vulkanische natuur.
De westkant van La Palma is doorgaans zonniger en droger dan het oosten. Rond Los Llanos de Aridane en Tazacorte liggen uitgestrekte bananenplantages. Puerto de Tazacorte heeft een zwart zandstrand, een kleine boulevard en verschillende restaurants waar verse vis wordt geserveerd. De beschutte ligging maakt dit tot een van de aantrekkelijkste kustplaatsen van het eiland.
Verder naar het zuiden ligt Puerto Naos, van oudsher een van de belangrijkste badplaatsen van La Palma. De omgeving werd in 2021 zwaar getroffen door de uitbarsting van de vulkaan Tajogaite. Nieuwe lavastromen bedekten woningen, landbouwgrond en wegen en veranderden het landschap ingrijpend. Vanuit El Paso en omgeving worden begeleide wandelingen georganiseerd waarbij je het nieuwe vulkaanlandschap op veilige afstand kunt bekijken.
Ten noorden van Tazacorte liggen kleinere plaatsen als Tijarafe en Puntagorda. Hier is het toerisme beperkt en bestaat het landschap uit landbouwterrassen, pijnboombossen en steile kliffen. Puntagorda is onder meer bekend om zijn boerenmarkt en de nabijgelegen zeegrotten van Porís de Candelaria.
Aan de oostkust ligt Santa Cruz de La Palma, de hoofdstad en een van de aantrekkelijkste historische plaatsen van de Canarische Eilanden. Langs de Avenida Marítima staan karakteristieke huizen met beschilderde houten balkons. Achter de boulevard liggen geplaveide straten, oude herenhuizen, kerken en kleine pleinen.
Santa Cruz was vanaf de zestiende eeuw een belangrijke tussenhaven op de zeeroutes tussen Europa en Amerika. Die handelsgeschiedenis is nog zichtbaar in de architectuur van het centrum. De stad beschikt daarnaast over winkels, musea, restaurants en een stadsstrand. Door de ligging bij de haven en de luchthaven vormt Santa Cruz voor veel reizigers het beginpunt van hun verblijf.
Ten zuiden van de hoofdstad liggen Breña Baja en Los Cancajos. Los Cancajos is een kleinschalige badplaats met zwarte lavastranden, duikscholen en diverse accommodaties. Het ligt dicht bij zowel Santa Cruz als de luchthaven en is daardoor een praktische uitvalsbasis voor reizigers die strand en eilandverkenning willen combineren.
La Palma is bij uitstek een bestemming voor actieve reizigers. Het officiële wandelnetwerk omvat meer dan duizend kilometer aan gemarkeerde paden. Bekende routes lopen door de Caldera de Taburiente, langs de vulkanen van Cumbre Vieja en over oude verbindingswegen tussen dorpen en landbouwgebieden. Door de grote hoogteverschillen is het verstandig om routes zorgvuldig te kiezen en vooraf het weer en eventuele afsluitingen te controleren.
Ook na zonsondergang speelt de natuur de hoofdrol. Dankzij de geringe lichtvervuiling en de hoge bergtoppen behoort La Palma tot de beste plekken van Europa om sterren te bekijken. Verspreid over het eiland liggen astronomische uitzichtpunten. Vanaf deze plekken zie je op heldere avonden de Melkweg en talloze sterren die vanuit dichtbevolkte gebieden nauwelijks zichtbaar zijn.