Zoeken:

Categorie:

 
 
Kies een land

GeneralReisverslag Ronda, Spanje

terug naar reisverslagen overzicht


 
Het is druk op deze zondagmiddag in Ronda. De vrije dag lijkt ook door de Spanjaarden aangegrepen om een toeristische uitstap te maken. Een geschikte parkeerplek vinden blijkt niet mee te vallen. We rijden zowat de hele stad door. Maar uiteindelijk lukt het in de laag gelegen arbeiderswijk Ocho Caños, genoemd naar de gelijknamige fontein van de kerk tegen de gevel waarvan ik een parkeerplaats vind. En het is nog een prima plek ook, want een stenen trap kronkelt zich rechtstreeks langs de Rio Guadalevín en door het El Tajo ravijn naar de meest bekende plek van het stadje: de bijna 150 meter hoge Puente Nuevo, de Nieuwe Brug. Die weliswaar al dateert uit de 18e eeuw. Van beneden uit kunnen we de massa’s toeristen op de brug zien staan. De zon is inmiddels heer en meester in de staalblauwe lucht.

De klim naar boven is goed te doen en even later staan we tussen al die anderen die ook gekomen zijn voor de Puente Nuevo over het steile ravijn. Inderdaad een indrukwekkend spektakelstuk. Tegen de kloofwanden hangen hier en daar kleine terrastuintjes of heeft zich een boom uit de rotsen geperst. Vroeger was in de brug zelf nog een gevangenis gehuisvest, tegenwoordig omgebouwd tot expositieruimte.

We lopen ook nog naar de andere zijde van de brug en vervolgens om de op die plek gelegen parador. Gasten van dit staatshotel verblijven op een bevoorrechte plek, maar de drommen toeristen maken het misschien niet altijd tot een feest.

Verder lopend naar de Paseo de Blas Infante wordt het beeld van het stadje op de steile rotsen nog verder aangescherpt. Vanaf een klein balkonnetje heb je, honderdvijftig meter boven de afgrond hangend, een waanzinnig uitzicht over de vlakte en de sierras daar achter. Maar eerst even tijd voor een glas op een terras, tegenover de arena.

De stierenarena van Ronda behoort tot de oudste van Spanje. En dateert van 1785. Veel Spanjaarden beweren dat hier een vorm van stierenvechten is ontwikkeld die aan de basis zou staan van alle corridas. De arena en de Plaza de Toros van Ronda is dan ook een soort bedevaartsoord voor de Spaanse aficionados. Tegenwoordig wordt de arena niet veel meer gebruikt. Beroemd is de Goyesca Corrida tijdens de feria in september waarbij matadors, picadors en andere deelnemers verkleed gaan zoals op de schilderijen van Goya. Een klassieke arena dus, die we bezocht moeten hebben.

Er is niet alleen Goya, maar ook Ernest Hemingway’s, zijn Muerte en la tarde (‘Death in the afternoon’) en diens fascinatie voor de corrida. Voor mij inspiratie om thuis weer het doek op te pakken en nieuwe corrida-schilderijen te maken.

Voor vijf euri per persoon mag je de arena in en het inpandig gelegen stierenvechtersmuseum in. De arena ligt er bij zoals het hoort: in de zon. Het gele zand verblindt. En daarnaast zijn er de felle witte, gele en rode kleuren van de ronde arena. Op deze zondagmiddag doet niets denken aan de ook voor veel Spanjaarden gruwelijke strijd op leven en dood van de stier. De enkele keer dat een torero het leven laat mag geen naam hebben. Hoewel je dan meteen als een heilige vereerd wordt. De stier daarentegen wordt onmiddellijk na afloop geslacht en verkocht aan de belangstellende restaurants. Ik bedenk me opeens dat ik nog nooit rabo de toro, stierenstaart, gegeten heb. Een typisch Andalusisch gerecht dat ook nog lekker schijnt te zijn. Dit culinaire mankement wil ik de komende dagen ongedaan maken.

In het museo taurino  onder de tribunes is er veel aandacht voor de heldendaden van de plaatselijke en regionale torero’s. En voor de mythen er omheen. Uiteraard zijn er ook de attributen te bewonderen die van de corrida bijna een ritueel maken: de banderillas, de ‘paardenmatrassen’ van de picadores, de muleta (de ‘rode lap’) en de dure glitterkostuums van de matadores. Vlak voor deze rondreis door Andalusië heb ik nog het boekje ‘De dertig dagen van Sint Isidoor’ van NRC-correspondent in Madrid H.M. van den Brink gelezen. Hij beschrijft hierin in korte hoofdstukken het jaarlijkse hoogtepunt van het corrida-seizoen: de Madrileense Feria de San Isidro in de Las Ventas arena. Een maand (in de periode mei-juni) lang elke dag stierenvechten. Ook dagelijks op tv. Ik sta dus niet helemaal als een toro-analfabeet in de vitrinekasten van dit museum in Ronda te kijken. Naast de afschuw blijft de fascinatie.

Op onze wandeling door het stadje, terug in de richting van de Ocho Caños, lopen we via het Palacio de Mondragon naar het Plaza de Duques de Parcent. Ook daar is het nog steeds druk, want blijkbaar geldt voor Ronda dat het het hele jaar hoogseizoen is. En dat is ook wel voorstelbaar, want het schijnt na Cordoba de meest bezochte stad van Andalusië te zijn. De moeite meer dan waard, dat zeker.

Een autochtoon die ik aanspreek wijst me een handige weg zodat ik niet weer heel Ronda door hoef te rijden. Via de circunvalención naar beneden, zeg maar een soort rondweg, die snel bereikbaar is vanaf mijn parkeerplaats. In een paar minuten ben ik op weg richting Marbella. Op de terugweg verandert het weer per kwartier. Op de hoge sierra hangt er weer zware bewolking, maar al ver voor ik de kust bereik is het opnieuw zonnig.


Auteur Gerard Staals

terug naar reisverslagen overzicht

Bookmark and Share
 
Persoonlijke Reisverslagen:
Reisverslagenoverzicht
 
 disclaimer | sitemap      
©2005-2010 spaanstaligewereld.nl