Reisverslag Angels Falls, Puerto La Cruz, Santa Elena, Venezuela
terug naar reisverslagen overzicht

In januari 2000 maakte ik een rondreis - ook bekend als 'grand adventure to the lost world' - van 8 dagen door het oostelijk deel van Venezuela met onder meer een bezoek aan de hoogste waterval ter wereld de Angel Falls.
Rondreis
Op Isla Margarita ontmoet ik mijn reisgenoten. Ik blijk met 26 jaar (lees jaar 2000) het gemiddelde van de groep grof naar beneden te halen. De ena jongste moet ongeveer 55 jaar zijn. Iets later ontmoeten we onze gids die met zijn 32 jaar ook een jongeling genoemd mag worden. Het reisgezelschap bestaat overigens, ondanks de wat kleine leeftijdsverschillen, uit een leuke groep.
Na de kennismaking vliegen we vanaf Isla Margarita naar Puerto La Cruz alwaar we onze eerste nacht doorbrengen. Puerto La Cruz is een toeristische badplaats met zo'n 190.000 inwoners. Deze plaats kent fraaie stranden en is uitgegroeid tot het belangrijkste watersportcentrum van Venezuela. De boulevard Paseo Colón is het toeristische centrum van Puerto La Cruz. De stad kent verder weinig bezienswaardigheden. 's Avonds komen we aan bij ons appartementencomplex Cristina Suites.Het complex ligt fraai aan het strand en kent de nodige faciliteiten. Wat opvalt, is de onderbezetting. Navraag leert dat dit te maken heeft met het onderhoud van de vliegvelden en de concurrentie van Isla Margarita.
De volgende dag vertrekken we per busje vanuit Puerto La Cruz richting Playa Blanca. Dit strand behoort tot het dorpje Mochima. Onderweg passeren we de fraaie kustlijn van de deelstaat Anzoategui. Paya Blanca is een strand dat alleen per boot te bereiken is vanuit Mochima. Wij snorkelen wat in het zeer heldere zeewater en maken kennis met de plaatselijke vissen. In een van de strandtentjes eten we heerlijke vis. Met enige tegenzin maar toch buitengewoon gedisciplineerd verlaten we het strand. Onze volgende bestemming wordt de Guácharo-grot. Deze grot ligt bij het dorpje Caripe op drie uur van Mochima. De Guácharo-grot kent een lengte van 10.2 km en is daarmee de grootste grot van het land. De naam van de grot heeft betrekking op de guácharo. Dit is een fruitetende nachtvogel. In de grot wonen naar schatting 18.000 vogels. De vogels zijn in staat om in het donker de weg te vinden via echolokalisatie (ook bekend als sonar). Naast de vogels leven in de grot ook andere dieren zoals vissen, krabben, krekels, duizendpoten en vleermuizen. Tijdens onze rondleiding zien we een enkele keer wat voorbij vliegen. De grot is echter vooral donker en vochtig wat niet onlogisch is natuurlijk. We overnachten in het hotel Venezia in Caripe. Dit is een klein toeristisch stadje gelegen in een mooie bergachtige omgeving. Hotel Venezia is schitterend gelegen in een rustige vallei.

Op de derde dag staat onder meer een bezoek aan de Warao indianen op het programma. Onderweg stoppen we voor een lunch in Maturin; een stad die is opgebloeid na de vondst van olie in de regio. Maturin dient verder als een druk regionaal vervoerspunt. Op 2 uur van Maturin ligt San Jose de Buja, een kleine indiaanse nederzetting aan de rand van Delta del Orinoco. De Delta del Orinoco is in oppervlakte groter dan Nederland en bestaat grotendeels uit regenwoudmoerasgebied en wordt hoofdzakelijk bewoond door de Warao idianen.
Vanuit het kampement San Jose de Buja vertrekken we voor een boottocht door de Delta. Onderweg passeren we de paalwoningen van de Warao indianen. Na 2 uur bereiken we het junglekampement Boca de Tigre gelegen aan de rivier. De slaapplaatsen van het kampement bestaan uit barakken gemaakt van hout en riet. De combinatie van de hutten en de ligging maken dit een bijzondere en originele overnachtingsplaats.

Vlak na aankomst maken we een tocht door de jungle. Tijdens deze jungletocht onder leiding van een Warao gids word ik werkelijk belaagd door muskieten en insecten. Dit gespuis blijkt zelfs door de kleding heen te prikken. De gids blijkt in het geheel nergens last van te hebben. Hij toont ons de plaatselijke delicatesse. Dit blijkt een witte larve van een kever te zijn. Na de jungle-expeditie bezoeken we een indianenfamilie in hun traditionele paalwoning. De indianen kunnen wel lachen om het gehavende gezelschap. Een hoogtepunt vormt verder nog het vissen op piranha's.
De volgende dag verlaten we ons 'junglehotel'. Per boot varen we door de Orinoco Delta naar Boca de Urucoa. Vanaf hier vertrekken we per bus vertrekken richting Los Barrancos. Hier vertrekt de veerpont naar Ciudad Guayana. Deze oversteek via de rivier Orinoco behelst zo'n 20 minuten.
Ciudad Guayana bestaat uit twee stedelijke componenten. San Félix - de voormalige koloniale stad - ligt aan de oostelijke kant van de Caroní terwijl Puerto Oradaz aan de andere kant ligt. San Félix is een wat rommelige werkstad zonder echte bezienswaardigheden. Puerto Ordaz is een stuk moderner met een goede infrastructuur inclusief winkels en restaurantjes. De gemeenschappelijke naam Ciudad Guayana wordt door de plaatselijke bevolking overigens nauwelijks nog gebruikt. Ciudad Guayana is de snelst groeiende stad van Venezuela met naar schatting 620,000 inwoners. Ciudad Guayana kent grote goudreserves.

Wij bezoeken het park Cachamay, gelegen bij Ciudad Guayana. Het hoogtepunt is het zicht op de Río Caroní, een rivier met diverse stroomversnellingen eindigend in 200 meter hoge watervallen. In dit park komen de rivieren Orinoco (bruinwaterig) en Caroni (zwartwaterig) samen. Aan het einde van de dag gaan we naar ons hotel La Reina in Guasipati.
Op dag 5 wordt onze eindbestemming het dorpje Santa Elena de Uairen aan de Braziliaanse grens. Onderweg maken we echter nog diverse leuke tussenstops. De eerste vindt plaats in het goudstadje El Callao, gelegen op 180 km van Ciudad Guayana in zuidoostelijke richting. Het plaatsje bestaat uit tientallen goudwinkeltjes die bekend staan als de goedkoopste van het land. Na een kort bezoek gaan we op weg naar het goudstadje El Dorado, gelegen op 108 kilometer van El Callao. De afslag van Dorada staat ook bekend als 'km 0'. Bij dit stadje bevindt zich een beruchte gevangenis bekend geworden door de beroemde Franse Papillon.

We verlaten Callao en rijden het regenwoud van Gran Sabana in. Dit gebied wordt ook wel aangeduid als de vergeten wereld; de flora en fauna zijn hier namelijk onveranderd gebleven. Gran Sabana wordt grotendeels bewoond door de Pemón indianen waarvan er naar schatting circa 15.000 wonen verspreid over 270 vestingen. Onderweg stoppen we bij het mijnwerkersdorpje Kilometer 88 waar we een rondleiding krijgen in een inmiddels gesloten goudmijn, diep onder de grond. De mijnwerkers werktenonder zeer zware omstandigheden waar we ons iets bij kunnen voorstellen als we de donkere en benauwde ruimte ingaan. We verlaten de mijn en herpakken onze reis. Onderweg passeren we een smalle brug die zowaar ontworpen is door Gustaf Eiffel, bekend van de Eiffeltoren.

Het landschap verandert ondertussen langzaam in savannelandschap. We passeren prachtige watervallen en kleine riviertjes. Onderweg lunchen we in een kampement van de Pemón indianen om vervolgens af te reizen naar onze eindbestemming van die dag.
Santa Elena is gesticht in 1924 en is opgebloeid na de vondst van diamanten. Santa Elena is nu vooral een leuk grensstadje, met een aanzienlijk aantal Braziliaanse inwoners. Het carnaval wordt hier dan ook op z'n Braziliaans gevierd. Wij overnachten in het hotel Panzarelli, gelegen in een levendig straatje met een aantal leuke barretjes.'s Avonds eten we in een restaurant/bar aan de rand van Santa Elena gerund door een Nederlands stel. Later op de avond wordt het in de bar, waar de salsa domineert, nog erg druk. Met de gids Derrick blijf ik nog maar even hangen.

De volgende dag bezoeken we het Braziliaanse grensdorpje La Linea. Het plaatsje heeft naast de markt en de vele toeristische winkeltjes niet zoveel te bieden. Het is meer het ideel dat je even voet hebt gezet op Braziliaanse bodem.

Vrij snel gaan we weer terug naar ons Venezuela en zetten koers naar de waterval Salto Yuruaní. Opvallend is de breedte van 100 meter en de hoogte van 8 meter. Vlak bij deze waterval zwemmen we in het frisse en heldere bronwater! Na de fraaie wandeltocht bezoeken we een Pemón indianenstam aan de oevers van het riviertje Kawi. De indianen wonen nog in karakteristieke houten hutjes. Er wordt ons verteld dat het opperhoofd niet minder dan 10 vrouwen heeft. Met deze achtergrondinformatie nemen we weer afscheid van de hartelijke indianen.

Op dag 7 vertrekken we met een jeep richting de Aonwao waterval. Bij het indianendorp Iboribo steken we per boot de rivier over om vervolgens richting de waterval te lopen. Het landschap en het uitzicht op de tafelbergen zijn magistraal. We bereiken in ongeveer een uurtje de Aonwao, een spectaculaire waterval met een hoogte van ongeveer 105 meter. Wij overnachten in het afgelegen kampement Kamoiran of Chivaton.

De laatste dag van de rondreis is aangebroken. We vertrekken eerst naar het vliegveld van Luepa. Op het programma staat een vlucht over de tafelbergen en de Angel Falls (Salto Angel), de hoogste waterval ter wereld met 979 meter. We vliegen over de Gran Savanna richting de Angel Falls. Het uitzicht op de waterval is fenomenaal. We hebben erg geluk met het heldere weer; dit wolkje links overigens uitgezonderd.
Na de korte maar boeiende vlucht verkassen we naar de indiaanse nederzetting Canaima. Dit toeristische dorpje met 1200 inwoners kent een mooie ligging aan de Río Carrao (ook bekend als Laguna de Canaima). Op dit punt komen de rivier en de watervallen van Saltos Hacha samen. Canaima is behoorlijk toeristisch te noemen. Veel dagtoeristen van Isla Magarita verzamelen zich hier om de beroemde watervallen te bezoeken. Wij bezoeken na de Angel Falls de waterval El Sapo. De wandeling leidt door jungle- en savannalandschap. Het laatste gedeelte van de tocht leidt langs een snelstromend riviertje. Als gevolg van overvloedige regenval staat het water erg hoog. Dit heeft weer als consequentie dat niemand deze expeditie droog aflegt. Uiteindelijk bereiken we de ruige waterval El Sapo. Wederom is de waterval zeer de moeite waard. Inmiddels voel ik me wel een soort van watervaldeskundige. We lopen terug naar het Canaima-kampement. Ons programma zit erop. Per bus rijden we weer terug naar het vliegveld. In anderhalf uur vliegen we terug naar Porlamar. Onze rondreis komt hier definitief ten einde. Na het afscheid van de groep en de gids vertrek ik naar Isla Margarita. Hier wacht mij een onvervalste strandvakantie zonder watervallen en wandelactiviteiten.
Uitgaan
Deze rondreis is niet bij uitstek geschikt voor nachtbrakers. De overnachtingsplaatsen bevinden zich voornamelijk in dorpjes en afgelegen kampenenten. Puerto La Cruz is de grootste stad die we bezochten. Deze stad kent diverse uitgaansgelegenheden. Santa Elena is een sfeervol grensplaatsje met leuke barretjes. Het jaarlijkse carnaval schijnt een enorme happening te zijn.
Kosten
Prijs van deze rondreis bedroeg 590 euro (exclusief vliegticket) in het jaar 2000.
Beoordeling
De rondreis omvat veel natuurschoon in oostelijk Venezuela waaronder de imposante watervallen. De bezoekjes aan de indianenstammen en gouddorpjes waren interessant. De rondreis is overigens duidelijk afgestemd op de gemiddelde reiziger. Slopende wandelingen of ontberingen vind je niet in deze rondreis.
De organisatie gedurende de rondreis was grotendeels goed te noemen. De overnachtingsplaatsen waren toereikend net als de maaltijden. De Nederlandse gids was kundig en behulpzaam.
Negatief vond ik de organisatie bij aanvang van de rondreis. De oorspronkelijke volgorde van mijn vakantie was eerst een week Isla Margarita en de rondreis voor de tweede week. Bij aankomst op Isla Margarita werd deze volgorde echter zonder inspraak omgedraaid. Het kwam Qinternational - gezien de geringe bezetting in de tweede week - nou eenmaal beter uit. De communicatie was hier dus buitengewoon slecht.
Samenvattend is de rondreis geschikt voor reizigers van alle leeftijden die geïnteresseerd zijn in het natuurschoon van oostelijk Venezuela.
Tips
Zorg voor de benodigde vaccinaties.
Protectie voor muggen is absoluut noodzakelijk.
Vraag of je je koffer mag meenemen in plaats van de voorgeschreven handbagage.
Het tijdsverschil bedraagt in de zomer 6 uur en in de winter 5 uur.
Het droge seizoen loopt van november tot maart.
Auteur SpaanstaligeWereld (januari 2000)
|