Reisverslag Cusco, Peru
terug naar reisverslagen overzicht

De vlucht van Schiphol naar Lima gisteren verliep voorspoedig. De hele reis gezellig gekletst met in Londen woonachtige, maar uit Lima afkomstige Carlos. Hij bood aan me ´s avonds Lima te laten zien, maar dat aanbod heb ik vriendelijk afgeslagen. Na aankomst in Lima, stond de taxi van het hotel klaar. Het stukje Lima dat ik vanuit de taxi gezien heb, vond ik niet erg mooi. En de smog en vochtige lucht maakten het ook niet echt aangenaam. In het hotel ben ik vroeg gaan slapen, want de lange vlucht had me wel gesloopt. Vanmorgen vroeg opgestaan en na het ontbijt naar het vliegveld gebracht. Na wederom een voorspoedige vlucht van het vliegveld gehaald door Jimmy, een leraar van de school waar ik vanaf morgen les heb. Toen m´n spullen naar het gastgezin gebracht waar ik de eerste twee weken verblijf en de moeder des huizes, Maria, ontmoet. Een aardige vrouw. Daarna van Jimmy een rondleiding door Cusco gekregen en ik tik dit verhaal nu even snel in de school. Mijn eerste indruk van Cusco is in ieder geval positief!
Ondanks dat ik pas een paar dagen In Cusco ben, voel ik me al aardig thuis. Vind Cusco een erg leuke stad met z´n mooie pleinen, leuke straatjes en gezellige barretjes. Ook heel bijzonder vind ik het straatleven met z´n schoenpoetsers, Peruanen die van alles verkopen, zoals vruchtensap, gegrild vlees, sjaals en magneetborden (je zal het maar nodig hebben). Ik kijk m´n ogen uit.
Mijn gastfamilie is superlief en bestaat uit moeder Maria, vader Freddy en 3 kinderen: Marisa van 19, Fabricio van 20 en Fabian van 12. Het is een heel warm gezin en ze zorgen heel goed voor me. Heb een kamer met privébadkamer en er staat 3 keer per dag eten voor me op tafel. De Peruaanse keuken is alleen niet echt mijn ding. 2 keer per dag soep en veel aardappels (ik weet het, ik was gewaarschuwd) en heb ook al kippenhart voorgeschoteld gekregen (en opgegeten!). Kom net van een lunch met de hele familie bij opa en oma. Erg bijzonder om mee te maken. Was een dolle boel. Er zijn heel wat cervezas Cusqueñas (ofwel bier uit Cusco) doorheen gegaan en we hebben geloof ik wel 20 keer geproost.
Met m´n Spaanse lessen gaat het best goed. Scheelt veel dat ik in Nederland al les heb gehad, want kan me aardig verstaanbaar maken. Klets veel thuis met de familie en in de 4 uur privéles die ik per dag heb. Er zijn nu nog niet heel veel toeristen, maar volgende week begint het hoogseizoen en krijg dan hopelijk les in een groep. Lijkt me toch wat leuker.
De ´soroche´ (hoogeziekte) speelt me wel parten. Barstende hoofdpijn en misselijk (Arjan, je bent gewaarschuwd). Daarbij ben ik ook nog snipverkouden, dus probeer een beetje rustig aan te doen. Ben dus ook nog niet in Mama Africa of de Mythology geweest
Het weer is overigens niet je van het. Vandaag regende het zelfs even. En dat terwijl het regenseizoen officieel afgelopen is. Heb ook al een sjaal en poncho van alpacawol (mooi en warm!) aangeschaft tegen de kou.
Ik heb een drukke week achter de rug en de tijd vliegt dan ook. In mijn vorige verslag stipte ik al even aan dat op donderdag 24 juni het belangrijkste festival van Cusco, ´Inti Raymi´ ofwel het Incafestival van de zon zou plaatsvinden. Op de dag van dit festival hebben alle inwoners van Cusco een vrije dag en ook toeristen komen hier massaal op af. Heel bijzonder om mee te maken. Op 3 verschillende locaties in de stad wordt een enorm schouwspel opgevoerd met dans en authentieke Incaceremonies en zoals het de Peruanen betaamt, prachtige kleding. Op 2 van deze locaties ben ik gaan kijken: op de Plaza des Armas, het centrale plein in Cusco en Saqsaywamán, een grote Inca-ruïne net boven Cuzco. Voor het laatste gedeelte kon je kaarten kopen voor een front-row seat, maar ik heb ervoor gekozen om net als de Peruanen en de meeste toeristen het schouwspel ´gratis´ vanaf een heuvel te bekijken. Kon niet alles heel goed zien, maar vond het toch erg indrukwekkend.
Daarnaast heb ik de hele week vrijwilligerswerk gedaan. Samen met Christine uit Oostenrijk werk ik in 2 verschillende ziekenhuizen: een regionaal ziekenhuis waar voornamelijk mensen uit de arme bergdorpen rondom Cusco worden behandeld en het Antonio Lorena hospitaal, een iets moderner ziekenhuis waar ook veel mensen uit Cusco zelf worden behandeld. Het verschil tussen deze 2 ziekenhuizen is erg groot. Het regionale ziekenhuis is ontzettend smerig en de patiënten worden min of meer aan hun lot over gelaten. In het Antonio Lorena ziekenhuis gaat het er een stuk beter aan toe, maar ook daar zijn de omstandigheden niet ideaal. Patiënten liggen op grote zalen bij elkaar en voor de kinderen is er weinig te beleven. Het is erg leuk om te zien hoe de kinderen opleven als je iets simpels als een spelletje met ze doet of ze een kleurplaat en kleurpotloden geeft. Ook heel bijzonder om te zien is de betrokkenheid van Robyn, de Australische initiatiefneemster van de vrijwilligersorganisatie, en Trinny, haar Peruaanse collega. Naast het zorgen voor speelgoed en spelen met de kinderen doen zij nog veel meer. Zo zamelen zij geld in om mensen financieel te steunen die zelf de medische zorg niet kunnen betalen. Veel mensen in en om Cusco zijn niet verzekerd en voornamelijk mensen uit de bergdorpen nabij Cusco zijn erg arm. Christine en ik mochten erbij zijn toen Robyn en Trinny 5 kritieke gevallen met de psycholoog en leiding van het ziekenhuis besprak. Deze 5 mensen zijn afhankelijk van nierdialyse, maar kunnen de behandeling zelf niet meer betalen met als gevolg dat de behandeling zou worden stop gezet. Robyn besloot daarop direct geld neer te leggen om de behandeling van deze mensen voort te kunnen zetten. Had zij dit niet gedaan, dan waren deze mensen nu waarschijnlijk allemaal dood geweest. Dit is slechts één voorbeeld. In de bergdorpen sterven bijvoorbeeld ook veel kinderen door longontsteking vanwege de kou, simpelweg omdat ze geen schoenen, warme kleren en medicijnen hebben. Heel bizar en als je dit soort voorbeelden hoort, ben je toch blij dat je in een land als Nederland geboren bent.
Heel jammer van de finale, maar het was een mooi toernooi. Leuk te melden is wel dat er hier een Nederlandse bar is waar ik mét een broodje kroket om 9 uur ´s ochtends de wedstrijd Nederland-Brazilië gekeken heb. Omdat de bar echter niet heel groot is en uitpuilde van de oranjesupporters tijdens de halve finale en de finale, heb ik die bekeken in de Ierse pub. Ook heel gezellig!
Verder heb ik de afgelopen weken vooral besteed aan school en vrijwilligerswerk. Vrijdag was mijn laatste schooldag en heb ik afscheid genomen van mijn leraren. Mijn Spaans is na 6 weken les helaas nog niet vloeiend - het buiten school studeren schiet er nogal eens bij in - maar ik kan me prima redden. Van de leraren die ik heb gehad heb ik heel veel geleerd. Niet alleen over de Spaanse taal, maar ook over het land, de politiek, het eten, de cultuur etc. Vooral van Judy en José-Carlos (zie foto), 2 leuke, jonge rechtenstudenten die naast hun studie lesgeven.
Afgelopen zaterdag heb ik samen met 2 meiden van school, de Nederlandse Peronne en de Britse Erica een uitstapje gemaakt naar Moras, Moray en Salineras in de heilige vallei nabij Cusco. Vanuit Cusco gingen we met de bus richting Urubamba, een dorpje aan de gelijknamige rivier in de heilige vallei. Een stuk voor Urubamba gingen de bus uit om te voet verder te gaan naar het dorpje Maras. Dit dorpje bleek niet heel veel voor te stellen en vanuit hier gingen we met de taxi verder naar Moray. Hier zijn grote cirkels te vinden die 40 meter de aarde intrekken. Lastig in tekst te omschrijven, dus zie foto´s, maar waarschijnlijk was dit een plek waar bijzondere producten werden geteeld, waaronder coca. Moray zou een landbouwkundig centrum zijn geweest. Op elke terras zou een ecologische zone met een typisch klimaat zijn nagebootst, zodat de Inca´s met teelmethoden konden experimenteren.
Vanuit Moray pakten we de taxi terug naar Moras om daar een hapje te eten. Helaas begon het hard te regen, maar we konden bij een klein eettentje onder een zeil droog van onze lunch genieten. Het klaarde gelukkig snel op en een mooie wandeling bracht ons bij de Salineras van Maras, oogverblindend witte zoutpannen die trapsgewijs in de vallei liggen. De zoutpannen worden door een onderaardse rivier met zout water gevoed. Het water verdampt door de zon, en het zout blijft liggen. Mannen en vrouwen scheppen het zout op grote hopen en in manden. Ook weer heel mooi om te zien.
Na nog een kleine wandeling, kwamen we bij de Urubambarivier die op de bodem van de vallei stroomt en vanuit hier konden we met een toeristenbusje terugreizen naar Cusco.
Mijn laatste volle week ik Cusco ga ik vooral besteden aan het vrijwilligerswerk en nog even genieten van de stad en het weer. Nog precies één week en dan komt mijn broer Arjan en donderdag de 22e beginnen we aan de Incatrail. Heb ik erg veel zin in, want heb hier al zoveel verhalen over gehoord, dat ik eindelijk zelf wel eens aan deze bijzondere tocht wil beginnen en Machu Picchu met eigen ogen wil zien. Auteur Marloes de Klerk
|