Zoeken:

Categorie:

 
 
Kies een land

GeneralReisverslag Arica, Altiplano, Surire, Chili

terug naar reisverslagen overzicht





Arica en de noordelijke altiplano van Chili

Vanuit de kuststad Arica, aan de grens met Peru, gaat de reis omhoog. Met de bus omhoog tot 3500 meter boven zee om precies te zijn. De valleien rond Arica zijn door water uitgesleten in het zandsteen en het lijkt alsof de bergen eindeloze duinen zijn met perfecte hellingen om vanaf te skien. Het zand heeft de mummies van vroegere bewoners uitstekend bewaard en in het museum van de universiteit van Arica heb ik er enkele bekeken: de gewaden waarin de lichamen gestoken zijn puntgaaf geconserveerd.

Arica noemt zichzelf de stad met het meest perfecte klimaat ter wereld: altijd tussen de 15 en de 25 graden, ook 's  nachts, en het regent er nooit. De valleien, waar water uit de Andes doorheen stroomt, zijn ware oases van groen tussen een woestenij, er zijn vier tot vijf oogsten per jaar mogelijk! Wanneer je de pre-cordillera inreist wordt het iets natter (er groeien nu af en toe cactussen in plaats van helemaal niets) maar hoe hoger je komt hoe moeilijker de vegetatie het heeft. Rond de 3500 meter, waarop het Aymara dorpje Putre ligt, staan wat dorre struiken en cactussen, behalve in de natte valleien waar wederom weelderige struiken en bloemen groeien, bediend door fladderende kolibries. Rond de 4500 meter groeit nog slechts gras, begraasd door vicuna's, lama’s, guanaco's, alpaca's en vizacacha's. De laatsten zijn konijnachtigen met muizenoren en een korte staart, terwijl de eerste vier diersoorten variaties zijn op de kameel. Boven de 5000 meter houdt de vegetatie het voor gezien en zijn de hoge puisten van de vulkanen het enige dat in het landschap nog zichtbaar is. De vulkaan Sajama, in Bolivia en uitstekend zichtbaar vanaf het hoogste punt dat ik bereik tijdens de week die ik in het gebied doorbreng, is 6520 meter hoog, terwijl de vulkaan Parinacota, op de grens tussen Chili en Bolivia, 6300 meter reikt.

Zelf bereik ik 5400 meter hoog, met een fantastisch uitzicht over de Chileense altiplano als beloning voor een zuurstofarme beklimming van zo'n 500 meter in anderhalf uur. Met een hart dat ruimschoots 2 slagen per seconde lijkt te slaan en een ademhaling van een kettingrokende longpatiënt die zojuist de marathon van New York heeft gelopen kom ik op de top aan, waar mijn gids al op me wacht...

Het grootste gevaar van snel stijgen in de bergen is hoogteziekte. De eerste nacht die ik op 3500 meter hoogte doorbreng heb ik enorme hoofdpijn en loop ik soms naar adem te happen. De luchtdruk halveert iedere 5500 meter, zodat je lichaam extra moet werken om voldoende zuurstof binnen te krijgen. Acclimatiseren, liefst zo lang mogelijk, is het enige dat helpt, het lichaam moet eerst rode bloedcellen aanmaken. Niet gehinderd door enige biologische kennis besluit ik dat het eten van alpaca-vlees vast heel goed is en eet een maaltijd van het pluizige dier. Toch heb ik in de vierde nacht, welke ik op 4500 meter doorbreng, nog lichte hoofdpijn en een droge mond vanwege het ademhalen door de mond.

Het blijkt een beetje de prijs die betaald moet worden door iedere reiziger die naar de Chileense of Boliviaanse hoogvlakte, de altiplano, wil reizen. Gedurende een aantal dagen verblijf ik in het hostel La Chakana, een van de beste hostels waar ik verbleef tijdens mijn reis door Latijns-Amerika. De eigenaar George, 63 jaar en van oorsprong Duitser maar al 40 jaar op reis, heeft het nog steeds niet zo op de Latijns-Amerikaanse manier van werken. Tijdens mijn verblijf kom ik verschillende andere reizigers tegen waarmee ik dagtochten maak in de omgeving, voor zover het weer dat toelaat: heel uitzonderlijk valt er regen en hogerop zelfs sneeuw op de derde dag, wat in dit jaargetijde absoluut ongebruikelijk is. We breken onze wandeling af op 4444 meter en nemen een bad in de thermische baden, verwarmd door de vulkanische activiteiten in het gebied.

Ik bekijk tekeningen van meer dan 3000 jaar oud in de rotsen in de omgeving van Putre; ook toen waren er blijkbaar al lama’s. Samen met Adam (VS) en Jimmy (Canada) vind ik ongebruikte mortiergranaten, achtergelaten door het Chileense leger, met een regiment in Putre gelegerd, wat maakt dat de bevolking van het dorp verdubbeld is (er wonen op papier veel meer mensen dan in werkelijkheid, rond de tweejaarlijkse census verdubbelt de bevolking altijd omdat wonen op het platteland in Chili belastingvoordelen heeft). Arica schijnt op de route van de narcohandel te liggen en het leggen van antipersoneelsmijnen op de oude Inca-paden over de grens is de Chileense manier om te voorkomen dat het land overspoeld wordt met Peruaanse en Boliviaanse cocaïne. Het kan natuurlijk ook zijn dat men wil voorkomen dat de in de Pacifische Oorlog van 1880 op Peru en Bolivia veroverde gebieden weer in buitenlandse handen geraken. In ieder geval geldt in de Chileense provincie Parinacota een wet die het kauwen van cocabladeren en drinken van cocathee mogelijk maakt. De bladeren vormen het enige erkende “medicijn” tegen de verschijnselen van hoogteziekte. Overal kun je dan ook cocablaadjes kopen.

Met gids Franklin maak ik een lange tocht in de 4x4 richting de Montanas Coloradas (“gekleurde bergen”). We laten de auto achter en lopen langzaam omhoog. Na iedere tien meter hoogte die ik win moet ik uitrusten om mijn hartslag te normaliseren. We lopen uiteindelijk door de verse sneeuw en klimmen naar de top, waar Franklin zijn gitaar te voorschijn haalt en een Aymara-liedje begint te zingen! Het uitzicht bestaat uit de vulkanen Sajama, Pomerape, Parinacota, Umarata, Acotango en Guallatire. Van deze is slechts de laatste actief: een constante rookpluim markeert de top van de vulkaan.

De hoogvlakte vormt het oorspronkelijke leefgebied van de Aymara-Indianen. Zij zijn achtereenvolgens door de Inca en de Spanjaarden onderdrukt en ook tegenwoordig is hun cultuur een achtergestelde. In Putre zijn de meeste inwoners Aymara, met eigen taal, en vooral door de kleurrijke traditionele kleding die de oudere inwoners dragen wordt dat duidelijk. Veel mensen in het dorp leven van de landbouw, toerisme is ook wel belangrijk, maar staat op de tweede plaats. Toch loopt het platteland ook hier leeg en voor een dorpje als Guallatire, onderaan de gelijknamige vulkaan, betekent toerisme de enige echte inkomstenbron voor de 5 overgebleven inwoners.

Als afsluiter van mijn verblijf op hoogte rijd ik met gids Franklin en twee andere toeristen naar de zoutvlakte van Surire, zo'n 150 km rijden van Putre over slechte en stoffige paden. Door de constante aanvoer van zwavelrijk heet grondwater en daaropvolgende verdamping onstond een zoutvlakte en -meer op 4500 meter hoogte boven zeeniveau. De bijzondere eigenschappen van het water voeden speciale bacteriën welke op hun beurt als voeding dienen voor flamingo's. Een bad in het zwavelrijke water doet me een uur in de wind stinken, maar schijnt wel goed te zijn voor de huid en het lichaam. Dat neem ik dan maar aan.

Als ik de laatste avond in het hostel een boek aan het lezen ben, voel ik de tafel opeens trillen. Een laag geluid omhult het gebouwtje waarin ik me bevind. De trilling neemt toe en het voelt alsof er vlakbij een zware goederentrein voorbij rijdt. Mijn onderbewuste zegt “aardbeving!” maar mijn bewuste moet meer overtuigd worden. De mensen die al in bed lagen staan opeens in de woonkamer en de hangende lampen wiegen nu zachtjes heen en weer. Een Chileen lacht me zo'n beetje uit: dat was geen aardbeving, meer een schokje! Toch blijkt de aarde een behoorlijke schok veroorzaakt te hebben, 6,4 op de schaal van Richter volgens de website van de US Geological Survey. Totaal onverwacht dus mijn eerste aardbeving! De volgende dag trilt de tafel continue lichtjes na. Ik neem de bus naar Santiago de Chile en zeg de bergen vaarwel.


Auteur Maarten van der Duijn Schouten

terug naar reisverslagen overzicht

Bookmark and Share
 
Persoonlijke Reisverslagen:
Reisverslagenoverzicht
 
 disclaimer | sitemap      
©2005-2010 spaanstaligewereld.nl