Reisverslag Chileense kanalen, Chili
terug naar reisverslagen overzicht

Door de Chileense kanalen
In Ushuaia heb ik de mogelijkheid mee te varen naar Chili op de Anne Margaretha, een 22 meter lange tweemaster onder Nederlandse vlag. Het schip is met gasten op terugreis van Antarctica naar Nederland. Omdat Antarctica nu eenmaal ver weg is van Nederland gaat de boot langs de ene kant van Zuid-Amerika omlaag en langs de andere omlaag. Ik vaar mee vanaf Ushuaia naar Puerto Montt en vervolgens naar Arica aan de grens met Peru. Mijn bijdrage bestaat uit wachtlopen, koken en schoonmaken. Ik heb eerdere zeilervaring, maar nooit op zo'n groot schip. Vanwege de degelijke uitvoering in staal is er wel een zekere balans te vinden tussen snelheid en veiligheid, maar wanneer de wind 's nachts toeneemt tot boven de 40 knopen blijkt dat juist een voordeel.

We treffen veel slecht weer op de tocht van door de Chileense kanalen, maar dat is geen verrassing voor ons; Patagonia staat bekend om z'n extreme weer. Wanneer er niet veel wind staat vind je gelijk het tegenovergestelde: het wordt bladstil en het water een spiegel voor de grijze hemel. Vanuit Ushuaia moet er eerst een paar honderd kilometer westelijk worden gevaren over het Beagle Kanaal, dus tegen de wind in, voor je noord uit kunt, vervolgens terug oost door Canal Magdalena en dan weer noord om zo in de Straat van Magelhaen te belanden. De Chileense marine stelt allerlei voorwaarden aan jachten in dit gebied, waardoor we gedwongen worden deze onlogische route te volgen.
We komen een aantal boten tegen op onze reis. In Caleta Beaulieu lijkt het wel de Loosdrechtse Plassen als de Nederlander Henk Boersma met zijn boot Sarah Vorwerk en Paul op Rebellion op sleeptouw het fjord binnenvaren en een rondje langs de gletsjer varen. Drie Nederlandse boten in een baai in Patagonie, dat verzin je toch niet? De jongens van Santa Maria Australis parkeren een dag later hun boot naast de onze. Met hen liep ik een jaar geleden een fantastische wintertocht door de bergen van Ushuaia. Over een paar weken vertrekken ze met de boot door de kanalen richting Tahiti. Ik ben bij voorbaat jaloers... Met de ontmoetingen was het daarna afgelopen, of het moet het Groningse vrachtschip zijn dat ons passeerde om weg naar het noorden. Plus een of twee verdwaalde vissers die hun kreeftenpotten in het diepe en koude water van Patagonia uitzetten.
De Straat van Magelhaen vormde een formidabele barrière voor de Anne Margaretha en haar bemanning. Slecht weer (lees: harde wind) dwingt ons driemaal tot vroegtijdig stoppen, ankeren en afwachten tot het weer verbeterde. Mijn eigen hoogtepunt van de tocht had daarmee te maken:
Het is stikdonker als ik buiten kom. De hemel is nog donkerder dan het water, dat in korte steile golven van de Stille Oceaan de Straat wordt ingeperst. De wind fluit door het want en heel in de verte is het licht van de vuurtoren van Bahia Felix te zien. Na enkele minuten aan het donker te hebben gewend neem ik het stuurwiel over van Harry en sta alleen buiten. Zeilen met een langkieler zoals Anne Margaretha betekent veel anticiperen op de bewegingen, omdat draaiingen langzaam worden ingezet en vervolgens lang aanhouden. Aan de andere kant is het schip ook erg koersvast en stabiel. De dubbel gereefde zeilen staan dicht bij de middenlijn van de boot en de fokkeschoot staat strak als een snaar om maar te proberen zo hoog mogelijk te kunnen varen. Ik luister scherp naar de zeilen, die ik in het donker niet eens kan zien, en moet daarmee proberen vast te stellen wanneer ze killen. Afvallen daarentegen is niet te merken aan de geluiden, of het moet in de snelheidsverhoging zijn die op het waterlog te zien valt. Het is een wankel evenwicht waarop je je bevindt. Neemt de wind toe in een vlaag dan is oploeven mogelijk omdat de schijnbare wind meer van opzij invalt en de zeilen later killen, terwijl afzwakkende wind de schijnbare wind ongunstig doet veranderen en tot afvallen dwingt. Met een boot die langzaam stuurt is het dus best kritisch varen, zeker als de boot ook nog eens tegen aanzienlijke golven invaart. Ook die zie ik niet, maar voel ze des temeer in mijn benen, die ik wijdgespreid op het dek heb gezet om mijn eigen evenwicht te kunnen bewaren. Het moge duidelijk zijn: ik geniet intens van dit soort zeilen.
De wind neemt toe, de golven worden hoger en het lampje van de vuurtoren, hoewel dichterbij, slechter zichtbaarder. Juist als Heinz even buiten komt om de situatie te peilen komt de windmeter tot 50 knopen wind, zo'n 90 mkilometer per uur. Een strieming van regenwater glijdt over mijn wangen, versterkt door zeewater dat nu horizontaal van de golftoppen wordt geblazen. Dat zie ik niet, maar proef ik aan de zoute smaak op mijn lippen. Er is geen hand voor ogen zichtbaar, ook al houd ik die net voor mijn gezicht om het water uit mijn ogen te weren. Dit wordt ook mij te gortig. Heinz besluit het ronden van Kaap Tamar tot het daglicht te bewaren en we wenden de steven en stuiven even voor de wind weg richting een ankerplaats.
Daar wacht een volgende verrassing. De digitale kaarten van het gebied zijn met een ander coördinatensysteem ingevoerd dan de GPS, zodat er een vaste afwijking van ongeveer een halve mijl oost is (later neemt dit toe tot bijna anderhalve mijl, zo'n 2 kilometer). Het zicht is absoluut nul, het stortregent, en er liggen diverse rotsen onder en net boven water rondom de ankerplaats. Ook met radar geen plek dus om zo binnen te varen. We proberen het nog even, maar als we in het schijnsel van de 500 kaarsen sterke schijnwerper plotseling een scheepslengte voor ons een rots zien opdoemen in een veld van wier moet Heinz vol gas om zijn schip weer in open water te krijgen. We brengen nog een nachtje op zee door, zeilen een stuk tegen de wind in en drijven dan tweemaal zolang met wind mee windafwaarts tot het ochtend wordt en we veilig binnen kunnen lopen. In de dag die volgt stuift de wind over de boot tot een maximum van 68 knopen (boven de 64 is windkracht 12). Welkom in Patagonie, het lijkt South Georgia wel!

Na een dag wachten worden we beloond met schitterend weer en stuiven het hoekje om Canal Smyth in. We komen nu in een gebied waarover ik twee jaar geleden de eerste boeken begon te lezen (Bill Tilman's Mischief in Patagonia, over een klim- en zeilexpeditie in de Cordillera Sarmiento). Na ongeveer 2 dagen belanden we in Puerto Eden, een vissersnederzetting in the middle of nowhere met 140 inwoners. Dichtstbijzijnde volgende stad: 300 kilometer. We kopen wat centolla, king crab, en maken gebruik van het laatste daglicht om de nabijgelegen Paso de Indio door te varen. Het kanaal is hier zo smal dat je spreekwoordelijk de blaadjes van de bomen kunt trekken. We varen de nacht in.
Heel in de vroege ochtend voelen we aan de deining dat er open zee in de buurt komt. Pas 3 uur varen later is het zover en hijsen we in de Golfo de Penas de zeilen. De naam van deze beruchte golf betekent Golf der Ongemakken, vanwege het overgaan van de oceanische plaat in de continentale plaat, met een hoogteverschil van bijna 4000 meter tot gevolg. De oceanische deining kan daardoor gigantische hoogten aannemen. In Europa komt dezelfde situatie voor in de Golf van Biskaje, toch ook een berucht stukje vaarwater. Onze eerste uren zijn echter geweldig om te zeilen.
Helaas komt aan alles een eind. De wind draait noord, onze vaarrichting, en we moeten de gehele nacht kruisen tegen de golven in. Geen pretje en de daarvoor gevoeligen liggen gevloerd door de onvermijdelijke zeeziekte. Er wordt wat afgekotst in de boot! Gelukkig (afkloppen!) voel ik me altijd prima onder deze omstandigheden, het enige is dat leven aan boord enigszins onhandig wordt: alles beweegt heen en weer en je wordt dus letterlijk van de pot geslingerd of in mijn geval (ik slaap in de voorpiek van de boot, de meest beweeglijke plek) bereik ik in mijn slaap iedere halve minuut een gewichtsloze toestand doordat de boot onder me een golfdal in valt, waarna ik direct weer op het matras wordt gesmeten. Slapen doe ik dan met twee handen vast aan het matras en twee voeten erachter gestoken.
Pas ver in de volgende dag komt aan de marteling een einde en tussen de walvissen varen we tegen de avond Canal Darwin in. Nu is het zwaarste van de reis wel achter ons en varen we op motor zo'n 100 mijl omhoog tot we in de Golfo Corcovado terecht komen. Dit stuk voer ik vorig jaar juli al eens tijdens mijn reis door Chili richting Valparaiso, hoewel het op een zeilboot stukken anders voelt. Het weer is nu ook veel beter, destijds regende het aan een stuk door en nu schijnt af en toe de zon. Ik waag me zelfs overdag in T-shirt buiten, ik heb niets voor niets een half jaar doorgebracht in sub-Antarctische omstandigheden!
We passeren het magische eiland Chiloe aan bakboord, luisteren naar het sterk toenemende radioverkeer op de VHF en worden in de laatste nacht gepasseerd door de Evangelista, de veerboot tussen Puerto Montt en Puerto Natales, vlakbij Torres del Paine. Het voelt een beetje of de puzzel voor mij is ingevuld: er is nu nog weinig in Zuid-Chili waar ik niet was! Auteur Maarten van der Duijn Schouten
|