Reisverslag Vuurland, Chili
terug naar reisverslagen overzicht

Tierra del Fuego
Gedurende een half jaar verbleef ik in Ushuaia en maakte van daaruit tochten naar andere delen van Patagonia. Tijdens de grote aardbeving in Chili in februari 2010 verbleef ik in het nationaal park Torres del Paine voor een meerdaagse wandeling en wilde vanaf daar terugreizen naar Ushuaia. Omdat ik al zesmaal eerder door het Argentijnse deel van Tierra del Fuego (Vuurland) was gereisd, had ik het me in het hoofd gehaald via Punta Arenas en het Chileense deel terug naar Ushuaia te gaan.
De 160 kilometer die ik had gewandeld zaten nog flink in de benen toen ik in Puerto Natales de bus nam naar Punta Arenas, met stip de grootste stad van de regio. Een kop koffie in een cafeetje leidde tot een gesprek met de caféhoudster en vervolgens tot een ontmoeting met een Noord-Amerikaan die al jaren in Punta Arenas woont. Hij blijkt net als ik geograaf en houdt zich momenteel bezig met het maken van wandelkaarten van het gebied. Het bleek dat we gezamenlijke kennissen hebben onder de zeilers in Ushuaia en Puerto Williams. Enkele maanden later, in het uiterste noorden van Chili, kom ik zijn werk weer tegen: hij heeft wekenlang verbleven in de mountain lodge waar ik me dan bevind en wandelkaarten gemaakt voor het gebied. Dat demonstreert maar weer eens hoe het leven, in ieder geval het mijne, uit toevalligheden aan elkaar lijkt te hangen
Die gedachte hield me de volgende flink bezig toen ik maar liefst vijf uur langs de kant van de weg stond, zat en vervolgens lag te wachten op een passerende auto. Ik had de veerpont van Punta Arenas over de Straat van Magelhaen genomen naar het kleine mijnwerkersstadje met Kroatische wortels Porvenir en had na wat moeite om de juiste weg te vinden een plek gevonden om de voorbijgaande auto's met mijn opgestoken duim te begroeten. Er is geen openbaar vervoer in dat gebied en liften is de enige optie. Tenzij je 150 kilometer lopen door lege pampa een goed idee vindt.
Het zonnetje scheen heerlijk en er was weinig wind zodat ik uiteindelijk op mijn rug op auto's lag te wachten. Als ik dan eens per kwartier ver weg een motor hoorde richtte ik me op, zag een stofwolk op me afkomen (de weg is onverhard) en probeerde de aandacht van de chauffeur te krijgen. Een aantal bestuurders gebaarden dat ze lokaal verkeer waren en reden voorbij. Andere auto's zaten al vol met hele families (het was zaterdag) en het kostte me moeite de moed erin te houden. Juist toen ik lag na te denken over andere opties (de ferry terug nemen, vervolgens in Punta Arenas de bus naar Ushuaia, een optie die vanwege de sporaditeit van de verbindingen drie dagen zou kosten) stopte er een auto met twee gaucho’s, werknemers van de boerderijen in Patagonia.

Al snel zat ik achterin en reden we door het ruige landschap van Tierra del Fuego. De noordzijde van het eiland bestaat uit pampa met estancia's, terwijl het zuiden wordt gedomineerd door de Cordillera Darwin, een bergketen tot 2400 meter hoogte. Vanwege het heldere weer kon ik de toppen van grote afstand waarnemen. Onze route voerde langs de Bahia Inutil, letterlijk de Nutteloze Baai, en er was volop gelegenheid dierenleven te zien.
Guanaco's en vossen zijn de meest voorkomende zoogdieren van Vuurland, terwijl de vogels door caracara's (roofvogel), nandu's (kleine struisvogel), cauquen's (inheemse gans) en flamingo's worden vertegenwoordigd. Op een gegeven moment zien we een vos op 100 meter voor de auto, midden op de weg. De bestuurder geeft flink gas en lacht hardop als de auto over het dier heenraast. De vos was zo stom met de auto mee te rennen in plaats van zijdelings weg te duiken. In de stofwolk achter ons zie ik het dier verschrikt de struiken langs de weg instuiven. Voor de boeren zijn de vossen vervelend, omdat ze kippen opeten en ook wel eens een jong lammetje pakken.
De andere man in de auto nodigt me uit bij hem op de estancia te slapen en zo kom ik een halfuur later aan op Estancia Los Copihues, waar zijn zoon Marcelo ons al opwacht met warm eten. Uit de oven rolt een half lammetje, net die dag geslacht. Schaapsvlees en met name lam is een specialiteit van Tierra del Fuego (waar 100 maal meer schapen dan mensen wonen) en het vette vlees smaakt geweldig! Bernabe en Marcelo werken op deze estancia, die met 5000 hectare en 5000 schapen zeer klein is voor lokale begrippen. We praten over veeteelt, over de prijs voor wol op de wereldmarkt, over het kruisen van paarden om sterkere dieren te krijgen, over de finesses van de herdershond, over de aardbeving in Chili, over vanalles eigenlijk.
Omdat ik geen slaapzak bij me heb vraag ik om een deken. Mijn verassing is groot als ik een enorme deken van dierenvellen krijg. De deken is gemaakt van 18 vellen van jonge guanaco's (een lama-achtige) en geweldig zacht. Die houdt me goed warm die nacht, als ik in de schaapscheerderzaal slaap. Bernabe vertelt me dat veel jongeren niet op een estancia willen werken, en liever in de stad wonen. Het leven is dan ook erg eenvoudig, met stroom uit een generator, water uit een tank en een ritme dat door de dieren wordt bepaald. De mannen brengen hun dagen meestal door op een paardenrug, als ze de schapen opzoeken. Er zijn vijftien paarden op de boerderij, vijf herdershonden, de genoemde 5000 schapen, een stuk of wat katten en een goed aantal kippen voor de variatie in het menu. Het schitterende uitzicht voedt een diep verlangen in mij om ook weer op het platteland te leven, met wat dieren en het water en de aarde en de lucht direct om me heen. Een seizoen als werknemer op zo'n estancia lijkt me wel wat.
De volgende dag reis ik verder en hoewel er nauwelijks verkeer is heb ik na 5 minuten een lift van een vader en dochter. Blijkbaar leert hij haar rijden, want het gaat niet allemaal even goed. Voor sommige manoeuvres die ze uitvoert liet mijn examinator mij destijds zakken, weet ik nog... We komen bij de Chileense grenspost, stempelen de paspoorten en rijden 20 kilometer naar de Argentijnse kant van de grens voor nog een stempel.
Daar zie ik een bekend gezicht: het is Jerome, de kok van het schip waarop ik enkele maanden geleden Antarctica bezocht. Vanwege zijn verlopen visa moet hij kort het land uit om direct terug te keren naar Ushuaia. Hij wordt rondgereden door Gloria, die stewardess was aan boord van dezelfde tocht, en Alfredo, haar man. Ik wissel dus van auto en na een stop bij het Salesiaanse museum in Rio Grande, met een collectie over natuur en indianen van Vuurland, komen we even voor het donker aan in Ushuaia.
De kleine 300 kilometer van de grens naar Ushuaia rijden we in zeer hoog tempo door de bergen en langs de spiegelende meren. Ik ben niet vaak bang in een auto, maar vind deze rit toch wel het hoogtepunt in slecht rijgedrag. Met slechts 500 meter te gaan voor een scherpe bocht haalt Alfredo roekeloos in en duwt de ingehaalde vaak bijna van de weg. Ik controleer mijn gordel nog maar even goed....

's Avonds laat komen we terug in de stad Ushuaia. Ik blijf me erover verbazen hoe leeg de rest van het eiland en Patagonia is en wat mensen bezielt dan toch zo dicht bij elkaar te komen wonen. Door de ligging tussen bergen en Beagle kanaal is de ruimte in Ushuaia behoorlijk beperkt. Toch is er iets van respect bij me voor de mensen die zover van de rest van de wereld, 800 kilometer tot de volgende stad en 3000 kilometer tot de hoofdstad, er het beste van proberen te maken. Weer een tegenstrijdigheid te pakken in Latijns-Amerika!
Auteur Maarten van der Duijn Schouten
|