|
|
|
|
| Kies een land
|
 |
|
|
Reisverslag Titicacameer, Peru
terug naar reisverslagen overzicht

Na een stevig ontbijt in ons hotel lopen we in de vroege ochtend de straten in van Puno op zoek naar een taxi. Aangekomen in de haven moeten we nog een bootexcursie zien te boeken. Excursies voor het Titicacameer blijken er in alle soorten en maten te zijn en kunnen de hele dag door geboekt worden. Peil vooraf wel even de prijzen zodat je minimaal een richtprijs hebt; er lopen namelijk ook agenten rond die vage commissies rekenen. Met ons kaartje in de hand worden we begeleid naar de boot. Aangezien we de eersten blijken te zijn, gaan we dan ook maar gelijk voor de beste plaatsen, geheel voorin. Voor het dek, buiten, is het nog veel te fris.
Terwijl we de haven uitvaren, neemt onze gids het woord. Hij vertelt over de hoogte van het meer van 3800 m en de afmetingen (in totaal 8300 km2, en 194 km lang). Als het gaat om de hoogte gecombineerd met de afmetingen is het Ticacameer het hoogste meer van de wereld. Later wijdt hij uit over de geschiedenis van het meer. Tussen 800 en 1200 n.Chr. waren Puno en het Titicacameer onderdeel van de Tiwanakucultuur. Iets later namen de Aymara's en de Colla's de macht over. In de 15e eeuw werden de Colla's onderworpen aan de Inca's waardoor de Aymara's en de Inca's overbleven als heersers van dit gebied. Als het gaat om het Titicacameer stamt de bevolking grotendeels af van de Aymara's wat waarneembaar is door de uiterlijke kenmerken en de kleding .
Islas Uros
De gids geeft ons ook een korte stoomcursursus 'Aymara' waar het accent vooral komt te liggen op enkele begroetingswoorden die we op Islas Uros in de praktijk moeten gaan brengen. De oorspronkelijke Uro-taal is opgehouden te bestaan nadat de Uros zich gingen vermengen met de Aymara's en de Quechua's. Na een half uurtje varen duiken, de drijvende eilanden van de Uros op. Het zonnetje is inmiddels gaan schijnen en de lucht is strak blauw. Wat kan een Nederlander nog meer wensen?
 Het voelt apart, lopen op de drijvende eilanden. Alsof je op een zacht matras loopt waarvan je niet helemaal weet of die het gaat houden. En dan te bedenken dat de eilanden volledig zijn gemaakt van planten die groeien langs de oevers van het meer. Een van de Uros vertelt meer over de constructie van de eilanden. Zo staan de eilanden in verbinding met een massa van plantenresten waardoor ze niet kunnen wegdrijven. Het riet wordt niet alleen gebruikt voor de eilanden, de huizen en bijvoorbeeld de bootjes maar blijken ook eetbaar. Best lekker maar ik zie het niet zo snel mijn nieuwe ontbijt worden, deze rietstengel. Ook krijgen we nog een rondleiding in een huisje waarvan de inwoner iets te nadrukkelijk herhaalt dat hij er ook woont. Gezien de commerciële kaskraker die de Uroseilanden vormen, heb ik daar zo mijn twijfels bij...
We verlaten 'rieteneiland' terwijl de indiaanse vrouwen ons uitzwaaien met de tekst 'Vamos a la Playa'. In eerste instantie zeer vermakelijk maar als je bij andere eilandjes precies hetzelfde repertoire hoort voorbijkomen dan gaat de lol er wel wat vanaf. Op het tweede drijvende eiland wat we we aandoen is een marktje waar souvenirs gekocht kunnen worden. Inmiddels wachten we op een andere groep waarvan het de bedoeling is dat ze met ons gaan meereizen. Als de groep eindelijk arriveert gaat een Fransman, in het Engels nog wel, volledig uit zijn dak tegen onze gids wat iets te maken zou moeten hebben met vertraging die hij opgelopen zou hebben. Maar goed we varen weer.
Inmiddels zijn we op het dek gaan zitten waar het heerlijk toeven is. Een straffe wind en een felle, verradelijke zon zorgen hiervoor. Ons reisgezelschap is divers bestaande uit Spanjaarden, Chinezen, Amerikanen en vooral veel Fransen. Overigens in heel Peru kwamen we veel Fransen tegen; ik vraag me af of dit historisch nog een bepaalde reden heeft, maar opvallend is het val. We raken in gesprek met een Chinees-Amerikaanse vrouw die uitvoerig uitwijdt over een expeditie die ze deed in de Andes. Als ik haar vraag over verschillen tussen Peru en Ecuador geeft ze dat dat Ecuador welvarende is, in het bijzonder Quito. Wat later neem ik plaats geheel voorin op het dek, met iets dat je de hele dag kunt volhouden: uitwaaien!
Isla Taquile

Na ruim 3 uur varen komt onze tweede bestemming in zicht: Taquile. Een eiland van 6 km lang. We meren aan in de grootste haven van Taquile waarvandaan we via een trap naar het dorpje lopen dat 150 m hoger ligt. En dit blijkt geen onschuldige trap te zijn, maar liefst 525 treden moeten er genomen worden. Voor velen waaronder de man van de Chinees-Amerikaanse vrouw die schijnt te lijden aan verschijnselen van de hoogteziekte, bepaald geen lolletje. Voor ons is het een prachtige wandeling met unieke vergezichten op het meer en de omgeving van het eiland. Onderweg passeren we diverse inheemse vrouwen die druk bezig zijn met weven. Taquile staan bekend om zijn traditionele kleding. Vrouwen dragen een witte blouse, een zwarte rok een zwarte sjaal en aparte sjaal om hun hoofd. De mannen dragen zwarte wollen broeken, witte hemden en een vestje.
Na een half uur lopen arriveren we op het Plazas de Armas, het hart van Taquile. Dat klinkt tamelijk Spaans zou je zo zeggen. En dat klopt. Tijdens de conquista kocht de Spanjaard Pedro Gonzales de Taquila het eiland, waarmee we dus ook gelijk de naam van het eiland verklaard hebben. Op het bescheiden plein bevinden zich ondermeer een kerkje, een coöperatieve textielwinkel en een paar restaurantjes. Inmiddels zitten we op een terrasje pal aan de meerzijde. We eten een zeeforel , drinken een pilsje en genieten van het uitzicht. Het is goed toeven in Taquile...
Via Plaza Armas lopen we een smal wandelpaadje in dat leidt naar het andere Taquile. Terwijl je hier loopt, begrijp je eigenlijk pas wat er bedoelt wordt met de rust van Taquile die veel reizigers aantrekt. Op Taquile is geen stromend water, nauwelijks electriciteit en water komt uit putten. Toch overnachten veel toeristen maar al te graag bij een gastgezin onder tamelijk Spartaanse omstandigden. Een van de grote voordelen van een overnachting is dat je de tijd hebt om in alle rust te wandelen voordat de grote toeristengroepen arriveren. Bij een klein eethuisje stappen we binnen en drinken onze eerste 'Inca Kola'. Een drankje dat met cola weinig te maken heeft, maar mij doet denken aan een sinas. Inca Kola schijnt, zo vinden we later uit, het meest verkochte drankje van Peru te zijn. Inmiddels zijn we aangekomen aan de andere kant van het eiland waar we onze groep weer tegen het lijf lopen. Wat ons rest is een mooie bootreis terug van zo'n vier uur op het prachtige Titicacameer.
Auteur Spaanstalige Wereld (augustus 2009)
|
terug naar reisverslagen overzicht
|
|
|
|